Woordbegrip
Werken aan woordbegrip
Naast de lessen woordenschat biedt Taalleesland vanaf groep 6 bij elk thema een les woordbegrip.
De lessen hebben twee doelen
1. Leren van nieuwe begrippen en woorden binnen het thema.
2. Leren om zelfstandig betekenissen te achterhalen van onbekende woorden.
Oefenen met woordleerstrategiën
Om de doelen te bereiken krijgen uw leerlingen woordleerstrategieën aangereikt.
Voorbeelden zijn:
- Vooruit of teruglezen om de betekenis te achterhalen.
- Onderling overleggen over de vermoedelijke betekenis.
- Betekenis afleiden door het onbekende woord te analyseren.
- Opzoeken in het woordenboek.
Eerst apart, dan gecombineerd
De leerlingen oefenen de strategieën eerst apart van elkaar. Pas als zij een strategie beheersen, wordt die met een andere gecombineerd.
Handig bij zaakvakken
In de praktijk blijkt dat woordleervaardigheden niet alleen handig zijn bij taal, maar zeker ook in andere situaties, bijvoorbeeld bij de zaakvakken.
Een voorbeeld
In de eerste zin van een folder over een Disneytentoonstelling staat het woord ‘hoofdmoot’. Wat betekent dat? De leerling begrijpt wat ‘hoofd’ is. En 'moot' is een afgesneden stuk vis. De leerling leert om zich af te vragen of dat in het verhaal over de Disneytentoostelling past. Een 'hoofd-stuk-vis' van de expositie? Nee, dat kan niet. De leerling snapt het woord ‘moot’ nog niet en leert om verder te lezen, dan kom je er vast wel achter. Later begrijpt hij uit het tekstverband in de folder wat 'hoofdmoot' echt betekent.





